‘Pgb-fraude vaak niet bestraft’

Bron: NU
Fraudeurs die sjoemelen met het persoonsgebonden budget (pgb) worden nauwelijks aangepakt door justitie. Vaak wordt afgezien van vervolging omdat er geen bewijs is…
lees verder

Maasstad Ziekenhuis: oordeel IGZ hard, verbeteringen zijn gerealiseerd

Het Maasstad Ziekenhuis heeft kennis genomen van de inhoud van het definitieve rapport van de Inspectie voor de gezondheidszorg over de uitbraak van de Klebsiella-bacterie vanaf 2010.

De verschijning van het rapport is voor het ziekenhuis reden om opnieuw zijn medeleven te betuigen aan allen die op enigerlei wijze in de uitbraakperiode of daarna de nadelige gevolgen hebben moeten ervaren. Het ziekenhuis heeft daarvoor zijn oprechte excuses aangeboden.

Verbetertraject
Het ziekenhuis constateert ook dat de IGZ in haar rapport herhaaldelijk en uitvoerig het door het Maasstad Ziekenhuis krachtig ingezette verbetertraject benoemt en goedkeurt. De aanbevelingen die de IGZ doet, zijn al in gang gezet en worden geïmplementeerd. Het verbetertraject zal verder worden geborgd op basis van de aanbevelingen van de commissie
Waarheidsvinding onder leiding van prof. dr. W. Lemstra.

Het ingezette verbetertraject is vanaf augustus 2011 in de gehele organisatie aangepakt. Alle medewerkers zetten zich in voor optimale veiligheid. Onze ambitie is dat dit in 2012 zal leiden tot een ziekenhuis met een kwaliteits- en veiligheidsprogramma dat onderscheidend is in Nederland.

De binnen het ziekenhuis van nu af aan gehanteerde norm heeft, naast de internationale accreditatietoets JCI, ook alle binnen Nederland geldende voorschriften en regelgeving in zich. Op die wijze wil het ziekenhuis een inspirerend voorbeeld worden op het gebied van kwaliteit en veiligheid. Het ziekenhuis wil zijn recent opgedane ervaring en kennis ter beschikking stellen aan de Nederlandse gezondheidszorg. Ook met dit
laatste sluit het ziekenhuis aan bij de doelstellingen van de IGZ.

Bron: Maasstad Ziekenhuis

Falen infectiepreventie in het Maasstad Ziekenhuis verwijtbaar

Bron: IGZ
Het falen in het Maasstad Ziekenhuis bij de aanpak van de uitbraak met de multiresistente Klebsiella oxa-48 bacterie in 2011 is verwijtbaar. Dat concludeert de Inspectie ..
Lees verder…

Ruim 3000 meningen over palliatieve zorg

Ruim 3000 (!) verpleegkundigen en verzorgenden hebben hun stem laten horen en de PALVER enquête over palliatieve zorg ingevuld. “Een heel mooi resultaat, waardoor de knelpunten binnen de palliatieve zorg ervaren door verpleegkundigen en verzorgenden duidelijk zichtbaar worden” aldus Madeleen Uitdehaag. Zij voert het onderzoek uit vanuit het kenniscentrum Palliatieve zorg te Utrecht, in opdracht van V&VN Palliatieve Verpleegkunde.

Ruim een derde van de respondenten is werkzaam als verzorgende en ruim tweederde als verpleegkundige. Opvallend is dat er vooral bij de verzorgenden veel collega’s gereageerd hebben die geen lid zijn van V&VN. Blijkbaar is de oproep goed verspreid via andere kanalen en op veel plaatsen terecht gekomen,. In maart 2012 worden de eerste onderzoeksresultaten verwacht en bekend gemaakt via de websites van V&VN en V&VN Palliatieve Verpleegkunde.

Stem gehoord
Madeleen Uitdehaag bedankt namens het onderzoeksteam en V&VN Palliatieve Verpleegkunde alle respondenten: “Hartelijk dank voor al jullie reacties en medewerking om je collega’s te stimuleren om mee te werken aan het onderzoek! We zorgen dat jullie stem helder en duidelijk geformuleerd gaat worden.”

Bron: V&VN

Oudere verpleegkundige stressbestendig

Veel verpleegkundigen en verzorgenden willen wel doorwerken tot hun 65ste maar hun werkgever moet ze dan extra steunen. Bijvoorbeeld door ze minder lichamelijk zwaar werk te laten doen en minder onregelmatige diensten te laten draaien. Anders dreigt voortijdige uitval. Maar of dit ook voor iedereen haalbaar is?

Veertien procent van de verpleegkundigen en verzorgenden is 55-plus. En 3,5% is 60 jaar of ouder. Om de toekomstige tekorten aan zorgpersoneel op te vangen zouden zij langer kunnen blijven werken. Volgens hun collega s moeten oudere werknemers zoveel mogelijk voor de zorg behouden blijven . Ze zijn ervaren, kunnen de professionele normen en waarden uitdragen, en ze zijn relatief stressbestendig en loyaal. Dit blijkt uit onderzoek van het NIVEL binnen het Panel Verpleging & Verzorging.

Werkomstandigheden
De panelleden zijn het er vrijwel unaniem (93%) over eens dat goede werkomstandigheden ervoor kunnen zorgen dat ouder personeel in de zorg blijft werken. Een redelijke werkdruk, waardering, teamgeest en goede onderlinge communicatie en besluitvorming zijn belangrijk voor iedereen. Oud en jong. Op de lange duur breken vooral zwaar lichamelijk werk en onregelmatige diensten de werknemers op. Om oudere werknemers te behouden voor de zorg, moeten werkgevers maatregelen nemen gericht op werkinhoud, werktijden, loopbaanbegeleiding en de gezondheid van de werknemer.

Extra maatregelen
NIVEL-onderzoeker Anke de Veer: Zorgpersoneel wil even vaak tot 65 jaar doorwerken als werknemers in andere sectoren. Maar om dit te verwezenlijken zijn wel extra maatregelen nodig die het werk minder zwaar maken. Dit is echter niet altijd haalbaar. Niet iedereen wil of kan meer begeleiding of administratie gaan doen. Ook allerlei technologie kan het werk minder zwaar maken, maar is niet in elke situatie in te zetten. Om oudere werknemers te behouden is maatwerk nodig. De werkgever zou regelmatig met elke werknemer moeten bespreken hoe het gaat en wat er nodig is om met plezier te blijven werken.

Panel Verpleging & Verzorging
Het Panel Verpleging & Verzorging bestaat uit ongeveer 1350 verpleegkundigen, verzorgenden, sociaalagogen en helpenden. De verpleegkundigen werken vooral in
de ziekenhuizen, de psychiatrie, de zorg voor mensen met een beperking en de thuiszorg. De verzorgenden en helpenden werken vooral in verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg. Alle sociaalagogen werken in de gehandicaptenzorg. Het panel wordt gesubsidieerd door het ministerie van VWS.

Bron: Nivel

Versnelde opmars van ICT in de zorg zet door

 

Een achtergrondstudie naar medisch-technologische ontwikkelingen in de zorg laat zien dat ICT in de zorg onontkoombaar is. Zorg op afstand kan straks plaatsvinden via virtuele netwerken zodat er een online behandeling afgesproken kan worden. Dit zou net als bij de Tele-IC uit een centrale controle kamer geregeld kunnen worden.

In de thuissituatie en de eerstelijns zorg komen er goedkopere en kleinere diagnostische apparatuur. In de toekomst kan door te hoesten via de smartphone,  de dokter diagnosticeren of de patiënt een longontsteking heeft. Er is al een toilet ontwikkeld in Japan, dat lichaamstemperatuur, bloeddruk en gewicht in de urine kan meten.

Auteur: Karel de Vries, redacteur Zuster Jansen

Stijging percentage aantal ogen met blijvend letsel

23 januari 2012 – Tijdens de afgelopen jaarwisseling zijn helaas weer 21 ogen blind geworden. Hiervan zijn inmiddels 9 ogen verwijderd. Deze jaarwisseling is voor de vierde keer het totale aantal door vuurwerk veroorzaakte oogletsels geregistreerd door het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG), het gezelschap waarbij alle oogartsen in Nederland aangesloten zijn. Tjeerd de Faber, oogarts in Het Oogziekenhuis en woordvoerder inzake vuurwerk van het NOG: “Alhoewel we een dalende lijn in het totale aantal oogletsels kunnen zien, is de ernst van het letsel gestegen waaronder het totale aantal blinde ogen. Meer en meer mensen dragen een vuurwerkbril tijdens het afsteken van of kijken naar vuurwerk, maar helaas doet nog steeds niet iedereen dit. Door het dragen van een dergelijke bril had dit jaar een groot aantal slachtoffers voorkomen kunnen worden”.

Stijging percentage totale aantal ogen met blijvend letsel
In totaal zijn dit jaar 207 patiënten (246 ogen) behandeld. Dat betekent dat er in totaal minder oogletsels door vuurwerk dan vorig jaar (251 patiënten, 307 ogen) veroorzaakt zijn. 95 van deze ogen (39%) is ernstig beschadigd en heeft blijvend letsel opgelopen. Vorig jaar was dit nog 38%. Bij 47 ogen is sprake van visusverlies: dit varieert van permanent verminderd gezichtsvermogen tot een volledig blind oog. 21 ogen zijn volledig blind geworden waarvan 9 zelfs  verwijderd moesten worden.  

Meer dan de helft van de slachtoffers (105) is omstander, terwijl 102 getroffen is door zelf afgestoken vuurwerk. Positief nieuws is het feit dat er relatief minder kinderen onder de 18 jaar oogletsel hebben opgelopen in vergelijking met andere jaren, desondanks blijft deze leeftijdscategorie de grootste risicogroep.

Knalvuurwerk veroorzaakt nog steeds de meeste oogletsels
I
n 32% (66) van de gevallen was knalvuurwerk de veroorzaker van oogletsel. 41 letsels (20%) werden veroorzaakt door vuurpijlen en 51 (24%) door siervuurwerk. Bij 49 (24%) gevallen was het soort vuurwerk onbekend. Slechts een minderheid van de slachtoffers kon illegaal vuurwerk als oorzaak van hun oogletsel beamen.

Nederlandse oogartsen zijn consumentenvuurwerk beu
Naar aanleiding van de uitkomst van de eerste landelijke registratie van oogletsels (jaarwisseling 2008/2009) hebben de oogartsen in maart 2009 de motie aangenomen dat zij tegen het afsteken van vuurwerk door consumenten zijn. Als alternatief geven zij de voorkeur aan openbaar vuurwerk afgestoken door vuurwerk-professionals. Ondanks alle voorlichting en veiligheidsmaatregelen vanuit de overheid en andere instellingen blijkt ook uit de registratie van deze jaarwisseling dat consumentenvuurwerk niet verantwoord is en het “gedogen” van consumentenvuurwerk, maatschappelijke en politieke heroverweging verdient. “Zoals ik ieder jaar weer zeg: de situatie in Nederland is zo absurd dat het aantal oogletsels door vuurwerk tijdens twee jaarwisselingen gelijk staat aan het totale aantal beschadigde ogen bij alle soldaten uit de Verenigde Staten die drie en half jaar in Irak hebben gevochten. Een groot aantal slachtoffers had voorkomen kunnen worden als zij een vuurwerkbril had gedragen. Waarom is het in Nederland nog steeds geoorloofd om zelf vuurwerk af te steken?”, vraagt Tjeerd de Faber zich af.

* Cijfers tot 20 januari 2012. De definitieve cijfers van de 4e landelijke registratie worden door het NOG tijdens het NOG-congres op 28 maart bekend gemaakt. 

Bron: Nederlands Oogheelkundig Gezelschap

Preventie remt stijging zorgkosten met 6 procent

Bron: Skipr
Investeren in preventie en gezond ouder worden kan de kostengroei in de zorg met 6 procent drukken. Ook daalt het gezondheidsverlies…
Lees verder

SCP: kosten verzorging en verpleging naar 25 miljard

Bron:Skipr
De kosten voor verpleging en verzorging van ouderen en zieken stijgen de komende jaren van 11 miljard tot bijna 25 miljard in 2030. Dat concludeert het Sociaal…
lees verder

18 januari 2012. Tijd: 9.25 uur

Ziekenhuizen hebben een kwaliteitsslag gemaakt op de afdeling spoedeisende hulp. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Inmiddels voldoen 32 van de 33 onderzochte ziekenhuizen aan de minimale kwaliteitseisen. Wel is de inspectie van mening dat er verdere verbeteringen nodig zijn. De huidige normen zijn een ondergrens. De inspectie roept de medische beroepsverenigingen en ziekenhuizen op om de kwaliteitsnormen aan te scherpen. Op die manier kan de kwaliteit van de spoedeisende hulp naar een hoger niveau worden gebracht.

Spoedeisende hulp is vaak een zaak van levensbelang. In oktober 2009 zijn normen vastgesteld waaraan een afdeling spoedeisende hulp minimaal moet voldoen. De IGZ heeft die minimale kwaliteitseisen onderzocht bij een representatieve steekproef van 33 van de bijna 100 ziekenhuizen.Voortvarend aan de slag. Sinds de huidige normen zijn opgesteld in 2009, zijn ziekenhuizen voortvarend aan de slag gegaan met kwaliteitsverbetering op de spoedeisende hulpafdeling. Wel heeft de inspectie tijdens het onderzoek bij 28 ziekenhuizen maatregelen opgelegd. Vaak ontbraken een integraal kwaliteitssysteem – specifiek voor de afdeling spoedeisende hulp – en een zorgbeleidsplan. Daarin is onder andere vastgelegd welke patiënten wel en niet bij spoedeisende hulp kunnen worden behandeld. Dat is van belang om te voorkomen dat een patiënt met bijvoorbeeld specifieke hartklachten naar een afdeling spoedeisende hulp wordt gebracht die niet voldoende is toegerust om patiënten met deze hartklachten te behandelen. Lopende het inspectieonderzoek hebben de ziekenhuizen dat direct aangepast. Slechts bij een ziekenhuis was het nodig verscherpt toezicht in te stellen, namelijk De Sionsberg in Dokkum. Dat ziekenhuis heeft vervolgens zelf de
afdeling spoedeisende hulp gesloten. De andere getoetste ziekenhuizen voldoen nu aan alle minimale kwaliteitseisen. In alle ziekenhuizen werken speciaal opgeleide artsen en verpleegkundigen, er is altijd een arts aanwezig die binnen
5 minuten een luchtweg kan zekeren en er zijn verpleegkundigen die in staat zijn om te beademen met een zuurstofkap.

Deadline 1 april

Ziekenhuizen die nu niet getoetst zijn, moeten op basis van het
onderzoeksrapport de eigen spoedeisende hulpafdeling beoordelen. Uiterlijk 1 april 2012 moeten zij aan de inspectie rapporteren in hoeverre zij voldoen aan de minimale kwaliteitseisen.

Bron: IGZ