Korting huisartsen toegestaan door rechter

Vrijdag 10 februari 2012. Tijd: 13.31 uur.

Woensdag heeft de rechter geoordeeld dat de huisartsenzorg een korting krijgt van 98 miljoen euro. De rechter gaf aan niet te kunnen optreden tegen de tariefsverlaging van Minister Schippers van Volksgezondheid (VWS), omdat wat de tariefsverlagingen betreft de minister een grote beleidsvrijheid heeft. De noodzaak van de korting zou door de minister voldoende onderbouwd zijn en hiermee zijn de tariefsverlaging per 1 januari 2012 rechtgeldig verklaard.

Over de uitspraak gaat de Landelijke Huisartsenvereniging in overleg met het ministerie van Volksgezondheid (VWS), omdat men bang is dat de zorg van huisartsen gaat stagneren.

Auteur: Redactie Zuster Jansen

Ziekenhuizen zetten verkeerde antibiotica in

Vrijdag 10 februari 2012. Tijd: 9.46 uur.

Bron: Skipr
Ziekenhuizen zetten vaak niet de juiste antibiotica in bij de bestrijding van infecties. Ook laten behandelaars zich in hun voorschrijfgedrag veelal leiden….
Lees verder

Kwaliteit van zorg voor infectieziekten kan beter

Kennis van infectieziektebestrijding of antibioticagebruik is geen garantie voor een optimale zorg. Hoe komt dat? Welke factoren bepalen de kwaliteit van zorg eigenlijk? En hoe krijgen we landen, ziekenhuizen en zorgverleners zover dat ze de kwaliteit van zorg ook daadwerkelijk verbeteren? Laat het niet aan het toeval over, stelt Marlies Hulscher, hoogleraar Kwaliteit van Zorg in het UMC St Radboud, maar ontwerp rationele strategieën en ‘therapieën’ die echt werken.

Dertig tot vijftig procent van de patiënten ontvangt niet de zorg die ze nodig heeft. Daarnaast krijgt twintig tot dertig procent van de patiënten onnodige zorg, bijvoorbeeld in de vorm van verkeerde of overbodige medicijnen, diagnostische onderzoeken of operaties. Deze cijfers uit een Amerikaans onderzoek staan niet op zichzelf.

Grote kwaliteitsverschillen

Onderzoek naar antibioticagebruik in Nederlandse ziekenhuizen door Marlies Hulscher, hoogleraar Kwaliteit van Zorg voor infectie- en ontstekingsziekten aan het UMC St Radboud, onderschrijft het probleem. Van de patiënten met luchtweginfecties kreeg slechts 52 procent meteen het juiste antibioticum voorgeschreven. En maar bij 53 procent werd een aanbevolen bloedkweek afgenomen. Bij het voorschrijven van antibiotica voor gecompliceerde urineweginfecties werden vergelijkbare percentages werden.

Hulscher vraagt zich af hoe het komt dat de kwaliteit van zorg op het gebied van infectieziekten en antibioticagebruik zo ver uiteenloopt. De kennis om tot een optimale zorg te komen is in elk Europees land beschikbaar. Toch zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de Noord- en Zuid-Europese landen. Ook tussen de ziekenhuizen in hetzelfde land bestaan grote verschillen. Zelfs in hetzelfde ziekenhuis bestaan grote verschillen in de zorgkwaliteit van individuele zorgverleners.

Talloze factoren

“Voor al die verschillen zijn verklaringen aan te dragen,” zegt Hulscher, “zoals het zuiniger voorschrijven van antibiotica door de traditioneel overwegend protestantse Noord-Europese landen, in vergelijking met de wat ruimhartigere katholieke landen in Zuid-Europa. Als zorgverzekeraars antibiotica vergoeden of de farmaceutische industrie veel aan marketing doet, dan heeft dat invloed op het voorschrijfgedrag. Zelfs de taal speelt mee. Wat Nederlanders een verkoudheid noemen, wordt door Belgen eerder bronchitis genoemd. Dat definitieverschil leidt tot ander voorschrijfgedrag, omdat een bronchitis eerder vraagt om antibiotica.”

Ook tussen ziekenhuizen verschilt de zorgkwaliteit, bijvoorbeeld door de manier waarop het antibioticabeleid is vormgegeven. Hulscher: “En al hebben ziekenhuizen hetzelfde beleid, er bestaan vaak grote verschillen in de manier waarop ze dat beleid uitvoeren en naleven. Individuele factoren spelen dan mee: zijn alle zorgverleners goed geïnformeerd, levert het beleid veel extra werkdruk op, durven zorgverleners elkaar aan te spreken op tekortkomingen in de zorg?”

Ontsnapte ziekteverwekkers

Na de diagnose – de kwaliteit van zorg is vatbaar voor verbetering – volgt een therapie. Hulscher: “Opmerkelijk genoeg komt zo’n therapie vaak niet tot stand komt op basis van rationele besluitvorming en goed management, maar eerder op gevoel en intuïtie. Dat zien we bijvoorbeeld bij de bestrijding van infectieziekten. Gaat het ergens fout, zoals onlangs in het Maasstad ziekenhuis, dan volgen na uitgebreid onderzoek de lessen die alle ziekenhuizen ter harte kunnen nemen.

Maar hoe groot is de kans dat ziekenhuizen automatisch lering trekken uit die lessen? Hulscher: “Die kans lijkt niet zo groot. We vonden in 19 artikelen – gepubliceerd tussen 2003 en 2007 – enkele honderden uitspraken over knelpunten en oplossingen bij het managen van een infectie-uitbraak. Daar hebben we 42 lessen uit gedestilleerd die een goede aanpak van zo’n situatie mogelijk maken. Deze lessen overlappen opmerkelijk met de lessen uit het Maasstad ziekenhuis.”

Hulscher beaamt dat we moeten leren van de geschiedenis: “Maar de geschiedenis leert ook dat dit niet vanzelf gaat. Met wetenschappelijk onderzoek willen we dat proces een handje helpen. Met effectieve regels en evidence based management kunnen we de zorg voor infectie- en ontstekingsziekte nog verder verbeteren.”

Bron: UMC St Radboud

NZa: Verpleegkundig specialist stelt wel diagnose

De Nederlandse Zorgautoriteit herstelt de omissie in haar advies over taakherschikking in de ziekenhuizen en GGZ-instellingen over de bevoegdheden van de verpleegkundig specialist. In tegenstelling tot eerder advies stelt de NZa nu dat de verpleegkundig specialist wèl een diagnose mag stellen en een behandelplan mag maken.

De comissie in het advies van de NZa heeft tot verwarring geleid in het veld. Met name in GGZ-instellingen ontstond er veel onduidelijkheid over de bevoegdheid van
verpleegkundig specialisten bij het stellen van diagnoses en het functioneren als hoofdbehandelaar. De NZa maakte in haar eerdere advies onderscheid tussen de bevoegdheden van de physician assistant en de verpleegkundig specialist. Na publicatie bleek dat de NZa niet over alle relevante informatie beschikte. De NZa heeft in haar nieuwe advies opgenomen dat de bevoegdheden van de physician assistant en de verpleegkundig specialist nagenoeg gelijk zijn.

Openen DBC door meer zorgverleners
Naar aanleiding van deze wijzigingen heeft de NZa één van haar aanbevelingen om financiële belemmeringen om taakherschikking uit de weg te ruimen aangescherpt. In de ziekenhuiszorg kunnen op dit moment alleen medisch specialisten een zogeheten diagnosebehandelingscombinatie (DBC) openen. De NZa adviseert om de lijst van zorgverleners die dat mogen, uit te breiden.

Taakherschikking bevorderen
In tegenstelling tot verpleegkundig specialisten hebben gespecialiseerd verpleegkundigen minder zelfstandige bevoegdheden en zullen zij niet alle zorg binnen een specialisme kunnen leveren. De NZa meldt in haar advies dat zij in de huidige bekostiging en regelgeving geen onderscheid kan maken welke DBC’s een beroepsgroep mag openen. Op dit punt is het advies aangescherpt. Het is aan de minister om uiteindelijk te bepalen of en hoe zij de geconstateerde financiële belemmeringen wil wegnemen om taakherschikking te bevorderen.

Bron: V&VN

Verpleeg- en verzorgingshuizen en IJsselland Ziekenhuis maken goede afspraken over samenwerking

Afgelopen week is een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door vier organisaties met verpleeg- en verzorgingshuizen en het IJsselland Ziekenhuis. Hierin worden afspraken vastgelegd die de organisaties met elkaar hebben gemaakt over de kwaliteit van de zorg voor patiënten die na het ontslag uit het ziekenhuis nazorg nodig hebben.

Wanneer duidelijk wordt dat patiënten na ontslag uit het ziekenhuis nazorg nodig hebben, kunnen zij kiezen van welke organisatie zij deze zorg willen ontvangen. Het is belangrijk dat het ziekenhuis de betreffende zorginstelling meteen hierover informeert zodat de patiënt niet in het ziekenhuis op deze zorg hoeft te wachten.

Aan de andere kant houden de verpleeg- en verzorgingshuizen het IJsselland Ziekenhuis op de hoogte of er plaatsen beschikbaar zijn waar patiënten kunnen
herstellen of revalideren.

Al snel tijdens de opname in het ziekenhuis weet de patiënt waar hij of zij verder gaat herstellen of revalideren. Het ziekenhuis informeert patiënten en hun familie over de organisatie die deze zorg gaat leveren. Een voorbeeld is het zorgprogramma voor patiënten die een nieuwe knie of heup krijgen. Het zorgprogramma zorgt ervoor dat patiënten zowel tijdens de opname in het ziekenhuis als daarna zorg van goede kwaliteit krijgen. Het is duidelijk wat een patiënt tijdens zijn of haar revalidatie mag verwachten. Alle betrokken organisaties kijken of het zorgprogramma verloopt zoals is afgesproken en gaan na of de patiënt over deze zorg tevreden is.

De organisaties die nu afspraken hebben gemaakt overleggen maandelijks over de kwaliteit van de nazorg en gaan na hoe zij deze zorg nog beter op elkaar kunnen afstemmen. Binnenkort nemen ook andere (thuiszorg)organisaties aan dit
overleg deel.

De organisaties die nu deelnemen aan het overleg met het IJsselland
Ziekenhuis zijn “De Zellingen”, Laurens, Zorggroep Rijnmond en ZorgBreed.

Bron: IJsselland Ziekenhuis

Legionella in verzorgingshuis Bernardus

Bron: Omroep West
Verpleeghuis en woonzorgcentrum Bernardus in Sassenheim waart al maanden een te hoge concentratie van de legionellabacterie rond. De bacterie is…
Lees verder

Levenseindekliniek start op 1 maart 2012

Vanmorgen, 6 februari 2012, heeft de Stichting Levenseindekliniek bekend gemaakt dat zij op 1 maart as. start met zes ambulante teams. Deze teams bestaan uit een arts en een verpleegkundige die de patiënten thuis bezoeken en worden vanuit een locatie in Den Haag aangestuurd.

Er zijn huisartsen die euthanasie of hulp bij zelfdoding niet kunnen of willen uitvoeren, terwijl de patiënt wel voldoet aan de zorgvuldigheidscriteria van de euthanasiewet. Indien mogelijk wordt er samenwerking gezocht met de eigen arts om te bekijken of deze uiteindelijk toch zelf de euthanasie zou willen uitvoeren. In het voortraject wordt onderzocht of iemand voldoet aan de criteria van de wet, waarbij ook een onafhankelijke consulent wordt ingeschakeld. De euthanasie zal dan thuis plaatsvinden. Wanneer de patiënt door omstandigheden niet thuis kan overlijden, dan is er medio 2012 de mogelijkheid om in de kliniek te overlijden.

Het idee van een levenseindekliniek is niet nieuw. Tijdens filmfestival THE END, later deze week, zijn drie speelfilms en een documentaire te zien die een stervenskliniek als onderwerp hebben. Klik hier voor meer informatie.

Bron: NVVE

Schippers brengt fusietoets nu al in stelling

Bron:Skipr
Minister Schippers van Volksgezondheid wil dat zorginstellingen met
fusieplannen nu al de strengere regels voor fusie toepassen. Schippers heeft verschillende zorginstellingen…
Lees verder

Staatssecretaris wil betere mondzorg ouderen

Dit zegt Veldhuijzen van Zanten in antwoord op Kamervragen. Ze reageert hiermee
op berichtgeving op dat de gebitsverzorging in verpleeghuizen onder de maat is.
Verpleeghuisarts en promovendus Gert-Jan van der Putten constateerde eind vorig
jaar dat de tanden van veel kwetsbare bewoners van verpleeghuizen niet worden
gepoetst, met uiteenlopende gezondheidsklachten als gevolg.

Veldhuijzen van Zanten laat aan de Tweede Kamer weten dat ?mondzorg een
onderdeel moet zijn van de dagelijkse verzorging en dat er goed gepoetst moet
worden om problemen te voorkomen?. Volgens de staatssecretaris voorzien de
zorgzwaartepakketten ook in de deze zorg. De staatssecretaris roept de
beroepsvereniging voor specialisten ouderenzorg op om de richtlijn ?mondzorg
voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen? nadrukkelijk onder de
aandacht te brengen . Daarnaast gaat de inspectie de mondzorg in een korte
serie bezoeken aan verpleeghuizen extra aandacht geven.

In de periode 1998-2008 is in SIGRA-verband volop aandacht besteed aan deze
problematiek, met het project ‘Integrale mondzorg in verpleeg- en
verzorgingshuizen’. De vier belangrijkste onderdelen van dit project waren de
inzet van een mobiele tandartsunit in verpleeg- en verzorgingshuizen, een
cursus mondzorgcoördinator voor verzorgenden, ontwikkeling van een handboek
voor mondzorg in verpleeg- en verzorgingshuizen en het congres ?Integrale
Mondzorg’.

Bron: Sigra

Opleiding tot verpleegkundige populair

De opleiding tot verpleegkundige trekt opnieuw meer hogeschoolstudenten. Met een stijging van 6,1% ten opzichte van vorig jaar, begonnen 3.694 eerstejaarsstudenten in september 2011 aan deze bacheloropleiding. De opleiding zit in de lift: in 2010 was de stijging 9,5%, in 2009 3,1%.

Vandaag zijn de definitieve studentenaantallen 2011-2012 bekend gemaakt door de HBO-raad, vereniging van samenwerkende hogescholen.

In het studiejaar 2011-2012 zijn 102.525 eerstejaarsstudenten ingeschreven bij een opleiding in het hbo: een daling van 1,5% ten opzichte van het vorige studiejaar. De sector gezondheidszorg (10.221 studenten) laat de grootste groei zien: 2,1%. Ruim één op de tien studenten gaat daarmee een baan in de zorg tegemoet. In het pedagogisch onderwijs is echter sprake van een forse krimp: -7,9%, wel nog steeds 11.065 studenten die instromen.

Totaal van studenten groeit
In totaal staan er dit studiejaar 423.776 studenten ingeschreven bij een hogeschool: een toename van 1,7% ten opzichte van een jaar eerder. Het grootste deel van de bachelorstudenten in het hbo studeert aan een opleiding in het economisch onderwijs (41,7%), op ruime afstand gevolgd door het technisch onderwijs (16,5%).

Meer niet-westerse allochtone studenten
Steeds meer bachelorstudenten met een niet-westerse etniciteit studeren aan een hogeschool: ruim 63.000 in het studiejaar 2011-2012. Hiermee is het aantal niet-westers allochtone studenten in vijf jaar met 25% gegroeid. De groep autochtone
studenten is in dezelfde periode met bijna 11% gestegen naar 301.874 studenten.

Daling eerstejaarsstudenten
Bij een eerste inventarisatie (na 80% van de aanmeldingen), werd in oktober 2011 nog verwacht dat het aantal eerstejaars met 3% zou gaan dalen. Nu de daling 1,5% is, valt deze mee. In de referentieraming (Ministerie van OCW, 2011) was een stijging van 0,4% verwacht. De cijfers geven geen inzicht in de motieven van studenten voor hun studiekeuze.

Vooropleiding en leeftijd
Van elke tien eerstejaars studenten aan een hogeschool zijn er vier afkomstig van het havo, drie van het mbo en één van het vwo. Twee van de tien eerstejaarsstudenten volgden eerder en andere opleiding in het hbo/wo of zijn in het bezit van een buitenlands diploma. Ongeveer twee op de drie afgestudeerden met een bachelordiploma zijn jonger dan 24 jaar. Van alle mastergediplomeerden is een op de tien jonger dan 24 jaar, ruim een kwart is ouder dan 45 jaar.

Bron: HBO-Raad